zaterdag 29 oktober 2016

Kijken met Shaker-ogen

In de afgelopen 2 maanden heb ik drie keer mijn spullen ingepakt en ook weer uitgepakt. Daarbij niet gerekend de bagage die we mee wilden nemen naar Calicut.

Wij wonen in het huis van een Duitse dame. 1 maal per jaar komt zij een aantal weken naar de ashram en dan moet de huidige bewoner (wij dus) verkassen naar een andere plek. We hadden gevraagd naar een kamer in de buurt zodat we niet zoveel hoefden te sjouwen, maar behalve de koffers met kleren krijg je ook “huisraad”. Je koopt het hier en als je weg gaat dan laat je het hier maar de periode daartussen is het van jou, gebruik je het en moet je het ook dus verhuizen. 
Daar ga je dus met je rekken en rekjes, emmers, bezems en stoelen. Kleding van de hangers in de koffer, hangers in de plastic tas en het rek uit elkaar. Schoenen en slippers in een plastic tas. Toiletspullen, schoonmaak spullen, waslijnen en knijpers. Alles van de muur. Gordijnen eraf. Veel spullen zijn van roestvrij staal of van plastic. In de tijdelijke woning pak je alles weer uit. Ga je weer terug dan pak je alles weer in en ook weer uit.
Door de komst van de schilder, die behalve de kozijnen ook de muren en plafonds zou schilderen in kamer en badcel pak je alles weer in. En ja..... je moet ook alles weer uitpakken en op zijn plaats zetten als hij klaar is met het werk. Ik had er echt genoeg van.

Door toeval kwamen de Shakers en hun meubelen weer in mijn blikveld. Ik heb hun meubels altijd bewonderd. Ze zijn mooi en praktisch tegelijk. Niets overbodigs, maar ook niet iets wat ontbreekt.
Ik las dat hun voorgehouden werd dat zij zichzelf moesten afvragen of alles wat zij wilden gaan gebruiken qua meubels of gebruiksgoederen wel noodzakelijk was. Was het dan een ja, dan moest het ook maar mooi zijn.
Ik hou van hun kale, maar in mijn ogen mooi, ingerichte huizen. Hun praktische aard; stoelen aan de muur hangen zodat je er op de grond geen last van hebt. Ik bewonder hun afkeer van rommel. Alles heeft een doel. Alles heeft zijn plaats.

Zo zittend in de pas geschilderde en opnieuw ingerichte kamer bekijk ik alles eens met “Shaker ogen”. Wat zouden zij zeggen van al mijn spullen? Veel heb ik niet, maar zou het voldoen aan hun eisen? Noodzakelijk, doelmatig en mooi?
Kritisch bestudeer ik al mijn huidige bezittingen. Het merendeel is noodzakelijk, het merendeel is doelmatig, maar mooi? De met plastic omhulde bezemstelen in fel groen met bloemen in primaire kleuren, de rode en blauwe emmers, mijn roze stapelmandje (er was even niets anders te krijgen), de rode en groene kleerhangers, de gekleurde waterflessen, alle plastic dozen die nodig zijn om de mieren en het vocht buiten te houden, de plastic stoelen......mooi?
India houdt van felle kleuren en dat zie je terug in mijn huisraad. Mooi?
Nee, het is zeer doelmatig in dit vochtige klimaat maar wat nu in is zouden de Shakers met afschuw bekijken. Ik denk wel dat wat hier nu hier ouderwets gevonden wordt wel hun toets zou doorstaan: de poreuze aardewerken, roodbruine potten voor het koelhouden van de melk, de metalen
waterpotten, de grasbezems, de gevlochten manden van kokos-, of palmbladeren, de theekommen.....
Het heeft een zelfde soort schoonheid, eenzelfde soort eenvoud.

Zou ik willen ruilen?   

Geen opmerkingen: