zondag 5 juni 2016

Mijn tuinmevrouw

De titel lezend zou je kunnen denken dat ik 1: een tuin heb, 2: dat er voor die tuin gezorgd wordt en 3: dat ik speciale rechten op tuin en mevrouw zou kunnen hebben. Niets van dat alles is waar. Het kleine stukje grond dat rondom het blok huizen ligt kun je nauwelijks een tuin noemen. Ja, er staan struiken en bananenplanten, er liggen bladeren, maar nog veel meer puin, plastic papiertjes, dode struiken, bouwmateriaal. Vóór de bouw van de twee huizenblokken waar men nu nog aan bezig is, was het ooit een tuin. Toen kwam er steeds meer bouwmateriaal te liggen. Alles kwam in de knel, behalve de bananen, die storen zich nergens aan. Het werd een soort mini-woestenij.
In die bossage leerde ik mijn tuinmevrouw kennen. Op een middag hoorde ik om de hoek van het huis een hoop lawaai. Het klonk als hakken en ik ging eens een kijkje nemen. Samen met een andere man haalde een oudere dame bananentrossen van de stam. De stam van de omgehakte bananenplant werd afgepeld tot de witte, massieve kern. Die kern zou in plakjes verkocht worden. Heel gezond en blijkbaar ook geliefd.

Er kwam pas verandering aan de woestenij toen ik me ging storen aan het krijgen van alle rommel van de buren. Rommel dat zich de hele week voor hun stoep verzamelde: snoeppapiertjes, doppen, lege blisters. Regelmatig wordt hun paadje geharkt en dan komt alles mijn (lees onze) kant uitgeschoven. Wij waren de vuilnisbak. Ik besloot het rigoureus aan te pakken en de stenen en bladeren zo weg te halen dat het “schoon“ leek. Na die actie stonden er vrij snel na Vishu opeens planten in een door mij schoongemaakt stukje. Vier kleine plantjes met een cirkel van keien eromheen. Ik liep ook mijn tuinmevrouw tegen het lijf. „Heb jij dit schoongemaakt?“ Haar Engels is goed en na onze ontmoeting bij de bananen maakte ik wel eens een praatje met haar als ze in een ander stukje aan het werk was.
Na mijn schoonmaakactie zijn er meer planten en meer stenen randen die dienen als afzetting, bijgekomen. Het wordt steeds meer de tuin van de tuinmevrouw. Ik vind de gesprekken met haar leuk omdat ik veel planten niet ken. Zo weet ik dus nu dat de jack-fruit over 2 jaar vruchten heeft, dat de papaja die er al stond, te donker staat, dat de rare plant die ik bijna voor onkruid had aangezien, de yamknol moet geven en ga zo maar door. Ik leer bij. Kruiden worden ook besproken, want in de Indiase keuken worden heel wat kruiden gebruikt. Ook onbekende kruiden komen langs in de gesprekken. Plantwijze en doel worden uitgelegd. Zo nu en dan vergeet mijn tuinmevrouw dat ik een Westerse ben. Dan is ze zo enthousiast aan het vertellen dat ze overgaat in het Malayalam of maakt ze opmerkingen over die rare Westerlingen. Zo hadden we het een keer over de Tulsi-tea. Kruidenthee gemaakt van basilicumbladeren. Wij drinken de thee graag en de vliegen ook. „Huh“; zei ze bijna snuivend nadat ik gezegd had dat de thee toch wel erg gezond was en dat we in de Westerse keuken grote en kleine bekers konden krijgen. „Huh; helemaal niet nodig. Die Westerlingen doen maar wat. Een theelepel per dag is genoeg! Als ze dan... eens zouden nemen!“ Kijk, daarom praat ik nu zo graag met haar. Je hoeft maar iets aan te tippen en je krijgt direct een lading informatie.

Mijn tuinmevrouw is ook een bron van informatie over het reilen en zeilen van de tuinen rondom onze huizen. Een deel van de grond wordt gebruikt door de brahmacharini's daar mogen ze niet aankomen, de rest van de grond wordt bewerkt door een groepje van 4 of 5 dames. Zij mogen vrijwel alles gebruiken wat ze verbouwen. Dus hoe meer grond je hebt, hoe meer kun je planten. Maar ook des te meer zorg heb je, want groenten en fruit verbouwen op de grond rondom onze huizen is veel werk, heel veel werk en zorg. Vroeger, ja vroeger was de grond nog echt gewoon grond (nou ja zand) vertelde ze, nee, toen was alles fijn als zand. Toen had je geen puin, geen keien, geen rommel, geen plastic in de grond, nu doen ze maar wat en denken niet na....(puin wordt niet fijngemaakt maar in brokken gestort, grond erover en weg)
Soms krijgen we ook iets van haar opbrengst: bananen in een krant gerold, een klein akertje gevuld met iets waarvan ik nu nog niet weet van welke plant ze het afkomstig was. Maar wat heerlijk smaakte....


Over één ding spreken we niet.
We zien het als we naar de thee lopen of van de thee terugkomen om half zeven. Planten die een grote hoop bloemblaadjes of hele bloemenslingers om de stam hebben liggen. Soms liggen er twee bananen bij, soms een soort peper. Zo nu en dan zijn de bloemen met curd overgoten. Voor mij heeft het gebeuren iets mysterieus, net zoals zaaien bij volle maan.
Misschien ga ik ik het op een dag gewoon vragen aan mijn tuinmevrouw, wie weet …...

Geen opmerkingen: